De man die zichzelf in Auschwitz liet opsluiten en andere onvoorstelbare gebeurtenissen uit de geschiedenis – Pascal Vanenburg [Recensie]

Geschiedenis heeft bij veel mensen een wat stoffig imago. Dat kun je terecht of onterecht vinden, maar je kunt er misschien ook iets aan doen. Bijvoorbeeld door de geschiedenis van zijn stoffige jasje te ontdoen en het op een interessante en vlotte manier te presenteren. Dat is precies wat Pascal Vanenburg heeft proberen te doen in de eigenzinnig vertelde verhalenbundel De man die zichzelf in Auschwitz liet opsluiten, en 50 andere onvoorstelbare gebeurtenissen uit de geschiedenis. In de bundel worden eenenvijftig verhalen uit de wereldgeschiedenis van de Romeinse tijd tot aan de twintigste eeuw die min of meer in de vergetelheid zijn geraakt door Vanenburg opnieuw in de spotlights gezet. De verhalen in de bundel zijn overigens eerder verschenen op de website van Froot.nl, waar Pascal Vanenburg wekelijks een verhaal publiceerde.

“Truth is stranger than fiction, but it is because fiction is obliged to stick to possibilities; Truth isn’t.”

Bovenstaande is een quote van Mark Twain en is uitstekend van toepassing op deze verhalenbundel. De verhalen doen vanwege hun excentriciteit en hun onwaarschijnlijke protagonisten als ongeloofwaardige fictie aan en toch zijn ze allemaal waargebeurd. Hier en daar heeft Pascal Vanenburg waar de historische bronnen lacunes vertonen zelf wel het een en ander ingevuld. De verhalen die allen slechts zo’n vier tot vijf pagina’s beslaan zijn niet alleen onwaarschijnlijk, maar worden ook door Pascal Vanenburg op een heerlijk droogkomische en eigen manier verteld. Het levert een bijzonder lezenswaardige en humoristische bundel op.

Zomaar een willekeurige greep uit de verhalen: In het openingsverhaal Cyrus de Grote en de slag om Thymbra gaat het over de strijd in de zesde eeuw v.Chr. tussen Koning Croesus van Lydie, “een humorloze drol”, en Cyrus, Koning van Medie. Cyrus was geen groot strateeg, maar beschikte over veel financiële middelen. “Lydie gold in die tijd als een van de grootste en machtigste rijken ter wereld en beschikte over een immense goudvoorraad. Dat kwam van pas nu Croesus niet bepaald een briljant strateeg bleek. Ter compensatie besloot Croesus daarom maar compleet Real Madrid te gaan en kocht gewoon een berg peperdure soldaten om die titel te heroveren.”

Jouw website in drie weken live. Kijk wat er mogelijk is en neem contact op http://www.twindigital.nl
Gelukkig heeft Cyrus een stel kamelen tot zijn beschikking. Daar waren de paarden van Croesus dus helemaal niet aan gewend en het leidt al snel tot een totale chaos binnen de cavalerie van Croesus. Een prachtig verhaal, maar het vormt slechts de opmaat voor de vijftig andere verhalen, waarvan de een nog maffer is dan de ander.

Neem bijvoorbeeld De man die zeven keer werd getroffen door de bliksem, waarin wordt geïllustreerd dat de kans om meerdere keren door een bliksem geraakt te worden niet zo klein is als verwacht. Een kat heeft zeven levens, wordt wel eens gezegd. Natuurlijk moet je dit niet al te letterlijk nemen, want ook het geluk van een kat is niet oneindig, maar dat geldt kennelijk niet voor Roy Sullivan, een Amerikaanse parkwachter die maar liefst zeven keer door de bliksem werd getroffen en het er telkens weer levend van af bracht. Het verhaal wordt op een adembenemende en tegelijk zeer humoristische manier door Pascal Vanenburg gedocumenteerd.

Of wat te denken van het verhaal Joshua Norton. De meeste mensen kunnen redelijk wat namen van Amerikaanse presidenten noemen, maar slechts weinigen zullen met droge ogen kunnen beweren dat ze altijd al hebben geweten dat Amerika ooit ook een keizer heeft gekend. En toch was hij er. Joshua Norton. In het gelijknamige verhaal Joshua Norton vertelt Pascal met veel smaak en zelfs een beetje genegenheid over deze merkwaardige outcast.

Vanenburg bewijst met deze bundel dat geschiedenis niet alleen boeiend is maar ook boeiend kan worden verteld. Door zijn mix van straattaal, understatements en humor krijgt geschiedenis opeens een hip en modern jasje. Het stof spat hier van de geschiedenis af. Hulde daarvoor.

Voor het eerst verschenen op De Leesclub van Alles

 

IMG_0444

De nachtwandeling – Robbert Welagen [Recensie]

De bekende en veel gelauwerde schrijver Jacob van Herwijnen heeft nog maar net de Sebriko Literatuurprijs gewonnen als hij tijdens een nachtelijke wandeling langs de Amstel wordt overvallen. De volgende ochtend treft men zijn drijvende lijk aan in de rivier. Aangezien niemand anders op dat moment de tijd heeft, wordt inspecteur Mudde tegen zijn zin op de zaak gezet. Mudde is een zestigplusser die nog een paar jaar tot aan zijn pensioen heeft en alles eigenlijk al wel zo’n beetje in het politievak heeft gezien. Hij woont op een boerderij een eindje buiten Amsterdam met Jochie, een bruine, acht jaar oude retriever als enig gezelschap. Mudde verbaast zich steeds meer over mensen die een tomeloze ambitie hebben om alles uit hun werk te halen. ‘Ambitie legt de nadruk op wat ontbreekt. Een ongezonde denkwijze’, luidt de stellige mening van Mudde. De reden waarom hij zelf nog het werk doet, is simpel. Zijn werk is voor hem een hersentraining. Hij houdt van het raadsel dat aan hem wordt gepresenteerd. En dat raadsel moet met gedegen recherchewerk worden gekraakt. Het verhaal van Nachtwandeling is hem dan ook op het lijf geschreven, want Nachtwandeling is een echte klassieke whodunnit detectiveroman.

Verschillende verdachten passeren de revue. De ex-vrouw van Jacob van Herwijnen, de medegenomineerden voor de Sebriko Literatuurprijs, de vorige uitgever van Jacob die maar moeilijk kan verkroppen dat Jacob is overgestapt naar een nieuwe uitgeverij. Het zijn maar enkele personen die langskomen en een mogelijk motief kunnen hebben gehad om Jacob om het leven te brengen. In de Nachtwandeling gaat het voornamelijk om het checken van alibi’s en het in kaart brengen van motieven. Dat klinkt op zichzelf misschien niet heel spannend, maar Nachtwandeling is een verrassend boeiend boek. Mudde is een sympathiek personage die ondanks zijn gevorderde leeftijd nog altijd veel geeft om zijn vak en de lezer als het ware meeneemt in de breinbrekers die een moordmysterie met zich meebrengt. Nachtwandeling wordt daardoor net een legpuzzel, waarvan de afzonderlijke stukjes telkens net op een ander plekje blijken te moeten liggen. Bijzonder vermakelijk zijn daarnaast de beschouwingen over het literaire wereldje waarvan Jacob van Herwijnen tot voor kort deel uitmaakte.

Robbert Welagen (1981), die met Nachtwandeling zijn eerste thriller aflevert, is zelf bepaald niet onbekend met het hele circus rondom literaire prijzen en heeft vermoedelijk deels kunnen putten uit zijn eigen ervaringen. Hij debuteerde in 2006 op 25-jarige leeftijd met zijn roman Lipari, waarvoor hij de Selexyz Debuutorijs won en op de longlist van de Libris literatuurprijs terechtkwam. Zijn derde roman Verre vrienden werd genomineerd voor de BNG Literatuurprijs en zijn vijfde roman Het verdwijnen van Robbert werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs.

Welagen tekent in Nachtwandeling heel mooi de minder mooie aspecten die aan literaire prijzen zitten. Het is niet alleen maar glitter en glamour, waarin iedereen elkaar de lof toezwaait. Iedereen in de literaire wereld houdt elkaar met argusogen in de gaten en er blijkt veel na-ijver tussen schrijvers en uitgevers te zijn. Elke schrijver wil graag in aanmerking komen voor die ene belangrijke literaire prijs en gunt de ander stiekem niks, uitgevers zullen als de kans zich voordoet niet nalaten om een interessante schrijver van een andere uitgever over te nemen, en zo is er nog wel meer gekonkel en controverse te bedenken. Het is dan ook een hele opgave voor Mudde om zich in deze slangenkuil niet op een dwaalspoor te laten zetten. Door de literaire wereldvreemdheid van Mudde en zijn aversie van alles wat modern is (een smartphone is echt niet aan hem besteed) is Nachtwandeling zowel een geestige als een boeiende misdaadroman geworden.

IMG_0434

 

 

Herinneringen in aluminiumfolie – Jamal Ouariachi [Recensie]

Het is een publiek geheim dat het korte verhaal het ondergeschoven kindje is in de Nederlandse letteren. De verkoopcijfers van het korte verhaal willen maar niet in de buurt komen van de roman. Minder duidelijk is waardoor de verkoopcijfers zo achter blijven. Het is toch een literaire traditie die een rijke geschiedenis kent. Mensen hebben zich van oudsher aangetrokken gevoeld door verhalen. Denk bijvoorbeeld alleen al aan de vertellingen van Duizend-en-een-nacht en de Decamerone van Boccaccio. Hoe dan ook zijn er voldoende initiatieven om het korte verhaal weer wat meer onder de aandacht van het brede publiek te brengen. Er is zelfs een aparte prijs voor in het leven geroepen, de J.M.A. Biesheuvelprijs. De achterliggende boodschap is duidelijk. De lezer moet een beetje worden opgevoed, waardoor het korte verhaal weer de aandacht krijgt die het toekomt.

Jamal Ouariachi die zelden of nooit een blad voor zijn mond neemt en een stevige stelling zeker niet schuwt, weet wel beter. Het ligt niet aan de lezer, maar aan de schrijver. En zijn minachting voor de lezer. Toe maar. Dat zijn stellingen die er lekker in kletsen. De schrijver zou het korte verhaal niet serieus genoeg nemen of om de woorden van Jamal te gebruiken: ‘Het publiceren van een slecht verhaal levert geen enkele reputatieschade op, terwijl het wel geld oplevert.’ De schrijvers van korte verhalen bezondigen zich regelmatig aan veel weglaten en de lezer zelf het werk laten doen, iets wat Jamal regelmatig tot waanzin leidt. ‘Doe gewoon je werk, schrijver, daar ben je voor ingehuurd, daar hebben mensen €18,99 euro voor neergeteld, schrijf godverdomme gewoon die zinnen op.’

Dat klinkt natuurlijk allemaal erg sympathiek, maar wat heeft Jamal eigenlijk zelf voor de lezer in petto? Herinneringen in aluminiumfolie is een collectie verhalen die hij tussen 2011 en 2016 heeft geschreven en die nu voor het eerst zijn samengebundeld. Twee verhalen schijnen nieuw te zijn, maar eigenlijk maakt dat allemaal weinig uit. Herinneringen is een bijzonder boeiende bundel met tien verhalen die qua inhoud en toonzetting variëren van hilarisch tot gruwelijk. Zo krijgt iemand in het titelverhaal waarmee de bundel opent van een student biologie een stukje van iemands hersens, verder is er een verhaal dat alleen al door de titel de aandacht trekt (De Moslim Sportvissers Club), een verhaal over een seriemoordenaar die zijn slachtoffers tot een culinair gerecht bereidt (De toeristenslager) en een verhaal over een date via een bemiddelingsbureau dat adembenemend spectaculair verkeerd afloopt (Come Together). De lezer die van smeuïge verhalen houdt, is hier duidelijk aan het goede adres. Verwacht geen diepgravende psychologie met onwijs veel lagen en impliciete symboliek. What you see is what you get.

Wat meteen opvalt bij het lezen van de verhalen is dat Jamal Ouariachi zelf ook veel weglaat, maar dat dit niet leidt tot het soort uitgebeende proza waar veel lezers liever een extra rondje voor om lopen. Door regelmatig bepaalde informatie aan de lezer te onthouden, blijft de verrassing er constant in en als de clue zich dan ontvouwt blijkt hoe speels en slim sommige verhalen in elkaar zitten. Daarnaast zijn de verschillende vertelperspectieven die door Jamal Ouariachi worden gehanteerd ontzettend inventief gevonden. Zo leest het verhaal Keuze bijna als een wetenschappelijke casus waarbij de op een onbewoond eiland gestrande protagonisten als A. en B. worden aangeduid en waarin een roofvogel die Cornald wordt genoemd ook nog een interessante rol krijgt toebedeeld. In het verhaal Minder niets meer neemt Jamal Ouariachi ons als het ware mee als mede-observant van het hoofdpersonage dat hij ten tonele voert door de wij-vorm te gebruiken. Door deze speelse aanpak verveelt Herinneringen in aluminiumfolie geen moment.

Jamal Ouariachi doet in zijn nawoord bij de bundel een oproep aan de schrijver. Hij vraagt de schrijver dat hij niet in zijn eentje bij een knappend kampvuurtje gaat zitten genieten van zijn eigen stemgeluid terwijl tientallen meters verderop de lezer staat te rillen in de kille duisternis. Alles wat hij van de schrijver vraagt, is dat hij de lezer uitnodigt om bij dat kampvuur te komen zitten. En begint met vertellen. Misschien dat het dan wel weer wat wordt met dat korte verhaal. In elk geval heeft Jamal Ouariachi met Herinneringen in aluminiumfolie zelf daartoe een goede aanzet gegeven. Deze verhalenbundel zal zeker een breed lezerspubliek aanspreken en verdient het om gelezen te worden.

 

IMG_0430

Literaire tijdschriften

Regelmatig koop ik een literair tijdschrift. Gelukkig valt er wat dat betreft in Nederland te kiezen uit een ruim aanbod.

Ik noem er hier slechts een paar:
– De Revisor
– Das Magazin
– De Gids
– Kluger Hans
– Extaze
– Tirade

Het is echt slechts een zeer kleine greep. Deze tijdschriften zijn vaak bijzonder fraai vormgegeven en bevatten onder andere (prachtige) verhalen, essay’s en gedichten. Veel bekende Nederlandstalige auteurs publiceren met enige regelmaat in één van deze bladen. Toch hoor ik weinig mensen en ook lezers zeggen dat ze wel eens een literair tijdschrift hebben gekocht of gelezen.

Ik ben benieuwd waar dat mee te maken heeft.

 

Interview Martin Jansen in de Wal

Martin Jansen in de Wal is een naam die vermoedelijk weinig mensen iets zal zeggen. Noem je echter John Grisham, Tom Clancy, John Sandford en Harlan Coben, dan gaat waarschijnlijk bij meer mensen een belletje rinkelen. In een aantal van hun boeken zul je de naam Martin Jansen in de Wal tegenkomen. Hij is namelijk degene die de boeken van deze beroemde schrijvers in het Nederlands heeft vertaald. Wie zijn deze vertalers die maandenlang op een boek zitten ploeteren, zodat wij Nederlandse lezers van de boeken van al die bekende namen kunnen genieten? Krijgen ze eigenlijk wel genoeg aandacht voor het werk dat ze doen? Als ik met hem afspreek voor een interview, is zijn eerste reactie wat afhoudend. ‘Wat heb ik nou helemaal te vertellen?’ Als ik hem vraag of dit te maken heeft met bescheidenheid, of met zijn denkbeeld over het vak als vertaler, antwoordt hij dat hij in de afgelopen tweeëntwintig jaar heeft gemerkt dat lezers gewoon weinig of geen belangstelling hebben voor vertalers. ‘Dat is verder niet erg, maar vertaler is zeker geen glamour-beroep.’

Praat je wel eens met collega vertalers of met andere mensen over je vak?
Collega-vertalers spreek ik vrijwel nooit. De meeste vertalers zijn eenlingen. Die zoeken elkaar niet op. Ik spreek wel met de bureauredacteurs van de uitgeverijen; zij zijn mijn contactpersonen.

Hoe wordt iemand eigenlijk vertaler en wat is jouw achtergrond?
Ik heb altijd geschreven. Toen ik begin twintig was schreef ik verhalen en zelfs een roman, maar dat werd niks, bleek al snel. Ik heb kilo’s manuscripten opgestuurd naar diverse uitgevers en ben ze – als ik erop terugkijk – dankbaar dat ze het nooit hebben uitgegeven, want ik zou me nu kapot schamen als ze dat wel hadden gedaan.

Was het zo erg?
Ja, echt, maar ik ben daarna altijd wel blijven schrijven, voor kranten en tijdschriften, populairwetenschappelijke artikelen over anatomie en sportvoeding, en reclameteksten, als copywriter, wat eigenlijk mijn opleiding was.

Hoe ziet de gemiddelde werkdag er van een vertaler uit?
Die begint voor mij ’s morgens heel vroeg, vanaf een uur of zes, zeven, of ’s zomers vaak nog vroeger. Ik zet een pot koffie, bekijk het nieuws op internet en ga meteen aan het werk

Stel je jezelf een doel voor de dag? Moet je bijvoorbeeld een bepaald aantal woorden of pagina’s halen?
Ik maak altijd een werkschema. Als ik mijn deadline heb, weet ik hoeveel bladzijden ik per dag moet doen. Dat probeer ik dan minimaal te halen, en als het goed gaat, werk ik soms nog wel even door. Maar meestal hou ik om een uur of twaalf op. De rest van de dag gaat op aan vrije tijdsbesteding.

Is vertalen een eenzaam beroep? Je zei net al dat je weinig contact met collega’s hebt. Dat klopt en daar moet je tegen kunnen, of misschien moet je het zelfs wel leuk vinden.

Heb je tips voor mensen die overwegen om vertaler te worden?
Je moet tevreden zijn met je status als vertaler, die heel eenvoudig en minimaal is. En je moet discipline hebben. Als je er van wilt leven, is vertalen niet iets wat je er zo maar bij doet. Je kunt niet ’s avonds nog even een paar uur wat vertalen. Voor mij is het een fulltime job, minstens 40 uur per week. Je moet produceren.

Hoe komt een vertaler aan zijn werk? Zoeken uitgevers jou op of vraag je zelf om bepaalde boeken of auteurs?
Ik ben begonnen door uitgevers aan te schrijven. Ik kreeg een paar proefopdrachten en daarna mijn eerste hele boeken. Na een stuk of vijf relatief onbekende auteurs mocht ik de eerste David Baldacci vertalen en kort daarna een John Grisham, een half boek, samen met een andere vertaler, want het moest heel snel klaar. En niet lang daarna heb ik een Robert Ludlum vertaald. Die bekende namen hielpen me weer om nieuwe opdrachten te krijgen. Soms kreeg ik per jaar wel tien boeken aangeboden, terwijl ik er maar vier of hooguit vijf kon doen.

Heeft het vertalen van misdaadromans invloed gehad op je manier van lezen?
Ja. Ik heb lange tijd heel veel misdaadromans gelezen, maar nadat ik ze ging vertalen, ging dat niet meer echt onbevangen. Ik ging tijdens het lezen steeds meer op details letten en probeerde zelfs te bedenken hoe de Engelse tekst er achter de vertaalde had uitgezien. Je echt laten meeslepen door het verhaal is er dan niet meer bij.

Je zei dat de rol van vertaler anoniem is en dat je daarmee tevreden moet kunnen zijn, maar tegelijkertijd denk ik dat de vertaler medeverantwoordelijk is voor hoe het boek eruit komt te zien. Een andere vertaler zou misschien een andere keuze van woorden hebben gemaakt, waardoor de toon van het boek anders wordt.
De verteltoon kan per vertaler verschillen. Ik kom soms zinnen tegen waarvan ik denk: zijn die niet iets te letterlijk uit het Engels overgenomen? En dialogen zijn erg belangrijk. Die bepalen mede de kleur en de toon van het boek. Op de inhoud van het boek heeft een vertaler natuurlijk geen invloed. De plot verandert uiteraard niet als een boek door vertaler A of B wordt vertaald, maar de lezer kan een boek door een andere toonzetting wel net iets anders ervaren.

Soms kom ik fouten tegen in de interpunctie. Is dat dan een fout van de vertaler of van de redactie?
Van allebei, denk ik. Als ik klaar ben met de vertaling doe ik mijn eigen controle – op papier, niet van het scherm – en daarna wordt het door nog twee mensen gecontroleerd, maar het komt helaas voor dat er soms kleine foutjes in blijven zitten.

Wat zijn voor jou de fijnste stukken om te vertalen? Dialogen of meer beschrijvende passages?
In beschrijvende passages zit vaak het meeste werk: dingen opzoeken, wikipedia, Google Maps en afbeeldingen, enzovoort. Dialogen vind ik leuk om te doen en ik wil die echt laten klinken zoals mensen ze uitspreken. Met een natuurlijk ritme en in normale spreektaal. En variëren, want als er bijvoorbeeld een misdadiger aan het woord is, spreekt die meestal geen algemeen beschaafd Nederlands, of het Amerikaanse equivalent daarvan. Een arts of politicus praat weer heel anders. Ik vind het leuk om daar aandacht aan te besteden.

Is het moeilijk om specifieke straattaal of bepaalde taalgrappen te vertalen?
Grappen zijn het moeilijkst. Grappen en woordspelingen. Daar gaat veel tijd in zitten en soms moet je zelfs een Nederlandse equivalent bedenken, maar als het lukt, is het weer extra leuk.

Grijpt een vertaler nog wel eens terug naar een woordenboek?
Ja, een paar keer per week. Als ik een woord tegenkom waarover ik twijfel, zoek ik het wel even op. Meestal heb ik dan een paar mogelijkheden waar ik dan uit kan kiezen, al naar gelang de context waarin het staat.

Heb je wel eens schrijvers ontmoet die je hebt vertaald?
Nee. Ik heb wel twee keer de kans gehad, met David Baldacci en Harlan Coben, maar dat is beide keren niet doorgegaan. In het geval van Baldacci weet ik niet precies meer waarom niet, en bij Harlan Coben werd het bezoek ineens naar een andere dag verplaatst, waardoor het fout liep. Ik heb wel e-mailcontact met schrijvers gehad: Jeffery Deaver, Steve Mosby, Robert Crais en de zoon van John Sandford. (Sandford zelf wordt heel zorgvuldig ‘uit de wind gehouden’.)

Zijn er schrijvers die je nog zou willen vertalen?
Nog heel veel. Alle goede schrijvers, uiteraard. Binnenkort hoop ik weer een paar bekende namen aan mijn lijstje te mogen toevoegen.

Zijn er zaken die je zelf graag over je vak wil vertellen?
Ik denk dat je als vertaler zelf het plezier in je werk moet zien te vinden. Die zit voor mij in de taal. Bezig zijn met taal vind ik gewoon heerlijk. Wat ik ook graag kwijt wil, nu ik de kans krijg, is dat vertalers vaak verwijten krijgen over dingen waar ze helemaal niets aan kunnen doen. Mensen zijn bijvoorbeeld ontevreden over de afloop van een boek en de vertaler krijgt dat dan in de schoenen geschoven.

Serieus?
Ja, dat heb ik zelf meegemaakt. Of het verwijt dat een bepaald onderwerp onvoldoende is uitgediept. Maar ja, dat is de verantwoordelijkheid van de schrijver. Ik kan er geen stukken bij gaan verzinnen.

Schrijvers hebben soms last van een writer’s block. Heb je zelf ook wel eens dat je helemaal vast zit in een stuk tekst of een boek?
Ik heb wel eens boeken waar ik moeilijk doorheen kom, maar gelukkig gebeurt dat maar zelden. Hooguit een keer of vijf op een totaal van ruim honderd boeken.

En wat doe je dan? Een paar stevige koppen koffie?
Gewoon stug blijven doorwerken. Als je een opdracht aanneemt, verbind je je voor tweeënhalf tot drie maanden, dat moet je goed in gedachten houden. Dus als je een boek aanneemt en algauw blijkt dat het je niet bevalt, heb je gewoon pech. Dan ga je een paar minder leuke maanden tegemoet.

Je zei dat je soms wel tien boeken per jaar kreeg aangeboden en dat je er maar vier of vijf kunt vertalen. Hoe kies je dan?
Tien per jaar was in de ‘betere’ tijd, voor de vertaalde Engelstalige misdaadroman, bedoel ik. Maar gelukkig word ik nog steeds benaderd voor bekendere auteurs van wie ik al weet hoe ze schrijven. Maar ik vind het ook leuk om een debuut te vertalen.

Maakt het voor een vertaler verschil als hij een schrijver mag vertalen waarvan hij al eerdere boeken heeft vertaald?
Een flink verschil. Ik heb inmiddels twintig boeken van John Sandford vertaald. Dus afgezien van het eigenlijke verhaal weet ik wat ik ongeveer te lezen zal krijgen. Ik ken de stijl, de personages, en ik weet dat Sandford vaak lange, in elkaar overlopende zinnen maakt. Kortom, ik weet wat ik min of meer kan verwachten. Dat werkt prettig.

Is het voor jou belangrijk dat het boek dat je vertaalt je ook als lezer aanspreekt?
Het liefst wel, maar het kan niet altijd. Het liefst zou ik alleen boeken vertalen die ik zelf ook geweldig vind, maar dat heb ik niet altijd in de hand.

Is het zo dat wanneer er een nieuw boek van een bepaalde schrijver verschijnt de uitgever als eerste aan jou denkt?
De uitgever wil graag dat een auteur een vaste vertaler heeft, mits die zijn werk goed doet, uiteraard. Dat betekent dat ze bij schrijvers als Harlan Coben en John Sandford regelmatig bij mij terechtkomen, wat ik heel fijn vind.

Stel nou dat een bepaalde reeks deels door jou en deels door een ander is vertaald. Is dat voor een lezer te merken?
Er zijn verschillen, maar het gaat dan echt over details. Daar zul je als lezer niet altijd erg in hebben. Er zijn veel goede vertalers.

Wat merk je als vertaler van de inkrimping van de boekenmarkt?
Wat betreft opdrachten heb ik daar tot nu toe nog niet zo veel van, gelukkig. Ik beschik niet over cijfers, maar ik heb wel de indruk dat Amerikaanse of Engelstalige misdaadromans de laatste jaren minder populair zijn. We zitten nu in de Nederlandse golf en daarvoor hadden we de Scandinavische golf, die eigenlijk nog steeds voortduurt, maar over een paar jaar kan die situatie natuurlijk weer heel anders zijn.

Zijn er auteurs die nog niet zijn vertaald of die niet meer vertaald worden en waarvoor je graag aandacht wil vragen?
Van sommige auteurs vind ik het werkelijk heel jammer dat ze niet langer worden vertaald. James Lee Burke en Ken Bruen, allebei favorieten van me en allebei auteurs die met gemak vier of vijf sterren scoren in allerlei recensies (noot van interviewer: Martin heeft de complete verzameling van beide auteurs in zijn boekenkasten staan). Ik begrijp niet waarom daar geen nieuwe boeken van in het Nederlands verschijnen. Ik kan in elk geval niet geloven dat niemand die boeken meer zou willen lezen.

Nadat het interview is afgerond mag ik in de uitgebreide platencollectie van Martin snuffelen en als ik iets interessants tegenkom een aantal elpees lenen. Zijn collectie bestaat uit een paar honderd exemplaren en enkele daarvan stemmen me zeer gelukkig. The Beatles (Revolver en Abbey Road), John Hyatt, Eric Clapton (461 Ocean Boulevard), David Bowie (Ziggy Stardust), Isaac Hayes (Hot Buttered Soul) om er maar een paar te noemen. Ik draai ze bijna elke avond.

Dit interview is reeds eerder verschenen op 25 mei 2015 bij De Thriller.

martin jansen in de wal 2 rob minnaar

De juiste man – Max van Olden [Recensie]

In 2015 debuteerde Max van Olden (1973) met Lieve Edelachtbare dat hem meteen De Schaduwprijs 2016, de prijs voor het beste oorspronkelijk Nederlandstalige thrillerdebuut, opleverde. Daarnaast werd hij ook nog eens genomineerd voor de Hebban Thriller Debuutprijs 2016. Net iets meer dan een jaar later is alweer zijn tweede boek De juiste man verschenen.

In De juiste man maken we kennis met Oscar Seefelt, een 63-jarige advocaat, die zijn leven in grote eenzaamheid en verbittering leidt. Ooit was hij een veelbelovend juridisch talent op een gerenommeerd advocatenkantoor en leek een partnerschap slechts een kwestie van tijd. Het noodlot slaat echter toe als zijn zoon Jelte om het leven komt bij een verkeersongeval. Hij wordt als hij op zijn fiets zit aangereden door een auto die na het ongeval doorrijdt. Voor Oscar is het van meet af aan duidelijk wie de dader is, zijn collega Alexander, nota bene een concurrent voor het partnerschap. De politie krijgt het bewijs tegen Alexander echter niet rond en Oscar raakt ook nog eens zijn baan bij het advocatenkantoor kwijt. Twintig jaar later krijgt hij de kans om wraak te nemen op zijn rivaal, maar daarvoor zal hij ver over de grenzen van de wet moeten gaan.

Net als in Lieve Edelachtbare speelt in De juiste man de juridische wereld een grote rol. Een wereld waarin Max van Olden zijn weg goed weet te vinden. Zelf is hij advocaat en heeft hij een eigen praktijk in Amsterdam. Op de website van zijn uitgever Ambo|Anthos LT wordt niet geheel onbescheiden een vergelijking getrokken met John Grisham, de onbetwiste koning van de legal thrillers. Toch is De juiste man geen klassieke legal thriller. Rechtbankscenes hoeft de lezer bijvoorbeeld niet te verwachten. Je zou je zelfs af kunnen vragen of De juiste man überhaupt wel een thriller is. De juiste man is bovenal een interessante en gedachten prikkelende roman waarin belangrijke vragen worden gesteld over recht en onrecht. Hoe ver mag iemand gaan om zijn recht te halen?

De juiste man is geen gemakkelijk boek. Het verliezen van een kind en het halen van je eigen recht zijn natuurlijk sowieso zwaar beladen thema’s. Max van Olden presenteert de lezer ook niet op gemakkelijke antwoorden. Het is aan de lezer om te bepalen hoe ver hij met Oscar mee wil gaan. Oscar is iemand die verteerd wordt door een obsessie om de waarheid aan het licht te brengen en is bereid om daarbij de wet te overtreden. Bovendien vervreemdt hij door zijn obsessie iedereen om zich heen. Daarmee wordt de keuze voor de lezer niet gemakkelijker, maar wordt het verhaal wel des te interessanter.

Max van Olden geeft na een wat traag lopend middenstuk een mooie twist aan het einde van het verhaal waardoor de lezer zich genoodzaakt ziet om zijn eerdere standpunten nog eens te heroverwegen. De juiste man is daardoor een geslaagde roman geworden die het niet zozeer van de spanning moet hebben, maar van de psychologisch gelaagde personages en de interessante vragen die worden opgeworpen omtrent moraliteit en rechtvaardigheid. Met De juiste man heeft Max van Olden zich na Lieve Edelachtbare extra gevestigd als een nieuwe literaire aanwinst in Nederland.

IMG_0427

Pjotr Vreeswijk

Akkoord. Het boek Masterplan van Pjotr Vreeswijk valt in de verste verte niet onder de noemer literatuur, maar ik wilde het boek toch niet onvermeld laten. Onlangs mocht ik aan Pjotr de Thrillzone Award voor beste Nederlandstalige thrillerdebuut uitreiken. Pjotr zou je wellicht de Nederlandse Clive Cussler kunnen noemen. Masterplan bevat een hoop knetterende actie met een plot die de hele wereld omspant en heeft een klassieke bad guy die met niets minder genoegen neemt dan ‘world domination’. Ik heb ongetwijfeld betere boeken en ook thrillers gelezen het afgelopen jaar,  maar voor mij was Masterplan met stip de guilty pleasure van 2016.

 

Prijsuitreiking Pjotr Vreeswijk